Is de progressieve bondgenoot dan toch de vijand?
Waarom haalt sp.a-voorzitter Johan vande Lanotte in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen uit naar Groen!?
(interview in De Morgen, 10 september 2006)

Groen! Antwerpen zegt al maandenlang dat ze opnieuw Patrick Janssens als burgemeester wil, met een zo sterk mogelijke groene fractie in het bestuur. Dat is de toon en de overtuiging. In vele Antwerpse districten en in de Antwerpse zuidrand (Mortsel en andere gemeenten) gingen rood en groen in kartel.
Wil dat zeggen dat er niet langer grote lokale meningsverschillen bestaan tussen rood en groen. Absoluut niet. Het Oosterweelviaduct doorheen de stad zien we niet zitten, in het voluit verdedigen van selectieve ophaling staan we alleen, tijdens het ‘kerkasiel’ stelden we symbolisch het partijlokaal ter beschikking voor mensen zonder papieren, bewonersparticipatie moet minder van bovenaf gestuurd worden, enzovoort. Over dit soort thema’s heeft Groen! Antwerpen de voorbije jaren de stem verheven. Dat is aan politiek doen: bijsturing vragen binnen een coalitie. Maar over meningsverschillen tussen rood en groen wilden we het in deze campagne niet hebben. De progressieve frontvorming – met ruimte voor discussie – plaatsen we deze keer daarboven: samen sterk. Waarom dan die uithaal aan de vooravond van de verkiezingen?

Waarom andere progressieven verdacht maken van zodra ze hun mond open doen in de gemeenteraad? Dat laatste behoort toch tot de essentie van de democratie? Waarom zoiets ‘zich koste wat het kost willen bewijzen’ noemen? Socialist en pleitbezorger van de progressieve frontvorming Norbert de Batselier denkt daar anders over. Bij zijn afscheid als parlementsvoorzitter merkte hij dit op over het opgelegde zwijgakkoord voor parlementariërs door regeringspartijen: ‘Spetterend is een debat niet als vijf meerderheidspartijen komen zeggen dat ze ergens akkoord mee gaan’ (De Standaard, 12 juli 2006). Hij betreurde het zelfs dat Groen! te klein was om alles te kunnen volgen.
Waarom verwijt Johan vande Lanotte de groene politici in Gent dat ze vanuit de oppositie doen wat ze moeten doen: zich uitspreken tegen besluitvorming waarmee ze het oneens zijn? Waarom schrijft de sp.a-voorzitter alles wat goed is in Antwerpen toe aan ‘Patricks manier van werken’ en noemt hij Groen! een objectieve bondgenoot van het Vlaams Belang? Is dat niet wat te doorzichtig? Of meent hij het?
Waarom overigens de indruk creëren dat Groen! Antwerpen lijdt aan profileringsdrang? De waarheid is zo anders dat de krantencommentator van die dag zich al meteen genoodzaakt voelde om in de verdediging te gaan: ‘Komaan: als de Groen!-schepenen Pairon en Pauwels al iets te verwijten valt, vanuit hun eigen partij gezien, dan wel dat ze zich al te weinig hebben getoond.’ De twee schepenen waren de voorbije zes jaar belangrijke brandenblussers in een college waar vaak met scherp werd schoten – enigszins tot frustratie van hun eigen partijgenoten die daardoor af en toe ook groene scherpte in het college misten. Wil sp.a-voorzitter Vande Lanotte het Oostendse model naar Gent en Antwerpen exporteren? Moet de discussie uit college en gemeenteraad gehaald worden en de besluitvorming daarbuiten gebeuren? Is politieke discussie binnen een gemeenteraad niet gewoon eerlijker, want hoorbaar voor de hele stad? Vanwaar de selectieve verontwaardiging? Is het niet vreemd dat de sp.a-voorzitter zwijgt over de oppositie die de Antwerpse CD&V dezer dagen voert tegen het afvalbeleid van de stad? De partij zit zes jaar in het bestuur, zwijgt al die tijd over de problematiek en bouwt nu de hele verkiezingsstrategie op dat ene thema: Antwerpen is een vuile stad. Objectief bondgenootschap? Populistisch de verzuring aanwakkeren onder het motto ‘geen taboe’s’? Niet-loyale opstelling jegens het eigen beleid? Ik hoor er de sp.a-voorzitter niets over zeggen. Het is maar de CD&V, denkt hij allicht.
Diezelfde dag zei Antwerps VLD-voorzitter Ludo van Campenhout in een ander interview: ‘Wij willen zonder Groen! verder, al voeren we daar geen campagne rond’ (De Standaard). Waarom voert een socialistische voorzitter daar dan wel campagne rond?

Er rest maar één reden voor de onverklaarbare uithaal, vrees ik. De sp.a-voorzitter vindt het bestaan van een groene partij – in oppositie of meerderheid – er te veel aan. Alle progressieven moeten rood denken. Voor groenen is geen plaats meer aan de politieke tafel, zeker niet in de steden waar socialisten traditioneel sterk staan.
Territoriumdrift is eigen aan campagnetijden. Maar is het niet makkelijk zat om vanuit machtsbastions te schieten op critici? Johan vande Lanotte noemt de houding van Groen! in de kwestie van de Gentse stationsomgeving ‘fundamentalistisch’. Toch wel wat overtrokken als je weet dat mobiliteit in België, Vlaanderen en Gent volledig in socialistische handen is, met ook nog socialistische directeurs bij De Lijn en de NMBS. Wat heeft zo’n sterk politiek front te vrezen van die paar lastige Gentse groenen? Of zouden die laatsten misschien toch enig lokaal draagvlak hebben voor hun houding?
Het stationsdossier legt een van de diepste ideologische splits tussen groen en rood bloot: de invulling van het algemeen belang. Blijkens het interview vindt de sp.a-voorzitter het niet erg dat de buurtbewoners er meer fijn stof bij krijgen, want de sp.a-aanpak van het stationsdossier is goed voor heel Vlaanderen. Groen! ziet dat anders. Mag dit dan niet gezegd worden, zonder de democratie in gevaar te brengen?
Waarom een groene partij een gevaar noemen voor de democratie? Al te lang reeds sussen vele progressieven zich met de dooddoener dat wie kritische debatten wil voeren in de kaart speelt van het Vlaams Belang. Publieke politieke discussies worden steeds vaker ‘conflicten’ genoemd. Of ‘de slimme willen uithangen’, zoals de sp.a-voorzitter het noemt in het interview. Onder andere daarom en omdat politiek besturen herleid wordt tot goed management ontbreekt het de grote steden aan een werkelijk politiek debat. De ontstane leegte – één groot ideologisch vacuüm – wordt moeiteloos door extreem-rechts ingevuld.

Komaan voorzitter Vande Lanotte: laten we tot 8 oktober aan één zeel trekken én inhoudelijke debatten voeren in plaats van wanhopig manieren te zoeken om elkaar onderuit te halen. Laten we samen gaan voor progressieve besturen, met ruimte voor verschillende standpunten.

Manu Claeys

(verscheen in De Morgen van 11 september 2006)