|
Water in de stad
21 april 2006
Water is het goud van de toekomst, wordt wel eens gezegd. Dit klopt. Het is dan ook gepast om naar aanleiding van de Dag van de Aarde (zondag 23 april) – waarop lokale milieu- en natuurverenigingen weer tal van activiteiten voor het brede publiek organiseren – stil te staan bij ons beheren en beheersen van het water. Ook en vooral op gemeentelijk niveau, zoals de organisatoren van de Dag terecht aangeven in hun memorandum over duurzaam lokaal beleid. Want hoewel stroomgebieden (in beide betekenissen van het woord) vaak grensoverschrijdend zijn – en energie of water dus geen rekening houden met administratieve grenzen – moeten op het vlak van duurzaamheid de grootste inspanningen toch lokaal geleverd worden.
We beseffen allemaal dat we spaarzamer moeten omspringen met ons water. Vele besturen, bedrijven en individuele huishoudens leveren hiertoe al flinke inspanningen. Bijkomend kunnen volgende maatregelen genomen worden.
- Besturen en bedrijven laten steeds vaker hun watereconomie doorlichten, met het oog op procesoptimalisatie en financiële besparing. Het verdient aanbeveling om dergelijke wateraudits voortaan ook te subsidiëren voor huishoudens.
- Verder moet worden gestreefd naar de uitbouw van een ‘grijswaternet’ op industrieterreinen, zeker bij de aanleg van nieuwe terreinen. In zo’n net wordt niet langer drink- of grondwater als koel-, was- of doorspoelwater wordt gebruikt, maar wel gedeeltelijk gezuiverd afvalwater.
- Ten slotte moeten we ook nagaan op welke manier en in welke mate de werkelijke kosten voor watertoevoer kunnen worden aangerekend. In Seattle – waar aan zuiver water overigens geen gebrek is – ligt het waterverbruik vier keer lager dan in andere Amerikaanse steden. Het sinds enkele jaren ingevoerde systeem van full cost pricing leidde tot gewetensvoller gebruik van water, tot beter budgetbeheer door de overheid én, paradoxaal genoeg, tot lagere waterrekeningen voor de consument.
Verder weten we intussen dat het van belang is om het oppervlaktewater zo schoon mogelijk te houden. Naast een gericht vergunningenbeleid hanteert het Antwerpse bestuur hiertoe een premiestelsel voor de toepassing van schone technologie (bijvoorbeeld voor het installeren van hemelwaterputten, individuele afwateringssystemen en groendaken). Antwerpen is ook koploper wat betreft de aansluiting van particulieren op het rioleringsstelsel: 96% van het huishoudelijk en ermee gelijkgesteld afvalwater komt nu in een van de vier zuiveringsstations terecht (Schijnpoort, Ijskelder, Antwerpen-Noord en Antwerpen-Zuid).
Een pijnpunt blijft het rioleringsstelsel zelf. Momenteel is naar schatting 95% van de Antwerpse straten nog gerioleerd met een gemengd stelsel, waarbij regenwater en afvalwater in dezelfde collectoren belanden. Gelukkig komt daar in de toekomst verandering in. Er is namelijk een overeenkomst gesloten met de Antwerpse Waterwerken (AWW) en Aquafin (RiAnt), waarbij het beheer van het rioleringsstelsel door RiAnt wordt overgenomen en waarbij op lange termijn maximaal de omvorming naar een gescheiden stelsel zal gebeuren.
Last but not least is er nood aan een andere, ecologischer uitbouw van het waternetwerk, aan een waterhuishouding die opnieuw de ruimtelijke ontwikkelingen bepaalt in plaats van omgekeerd. Concreet betekent dit, waar mogelijk: verhardingen van oevers terugdraaien, overstromingsgebieden voorzien, bedachtzamer baggeren, hemelwater aan de bron opvangen en laten infiltreren en historische waterlopen herstellen.
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), het Vlaamse Decreet betreffende het Integraal Waterbeleid (18 juli 2003) en de daaruit resulterende Bekken- en Deelbekkenbeheerplannen (in opmaak) vormen voor hiervoor de belangrijkste basis.
Vroeger was oppervlaktewater overal aanwezig in Antwerpen. In de loop der tijden werden vele beken, greppels, ruien, grachtengordels, rivieren, kanalen, dokken en vlieten echter verplaatst, rechtgetrokken, ingedijkt, overwelfd, dichtgegooid, uitgebaggerd of opgestuwd. Dit leidde tot een ontregeling van de waterhuishouding. De veroorzaakte problemen probeerden we vervolgens weer op te lossen met behulp van technische ingrepen die op hun beurt vaak grote gevolgen hadden voor het natuurlijke evenwicht.
Vandaag is het duidelijk dat de grenzen van deze aanpak bereikt zijn. Technologie vermag heel wat en komt vaak handig van pas. Maar water laat zich minder gemakkelijk temmen dan soms wordt verhoopt.
Verlengde waterlopen met een te vlakke hellingsgraad slibben onnodig dicht en treden buiten hun oevers. Of ze drogen net uit door een te lage grondwaterstand, omdat te weinig regenwater in de grond infiltreert als gevolg van de versnelde afvoer ervan via het rioleringsstelsel. Piekafvoeren van hemelwater leiden stroomafwaarts dan weer tot overbelaste rioleringen, wateroverlast en erosie.
Aan deze ontregel-en-remedieeraanpak hangt een kostenplaatje. We geven een concreet voorbeeld. Als gevolg van de uitbreiding van stad en haven werd in de loop der eeuwen de bedding van de Grote Schijn verlegd en overwelfd. De vallei van de Grote Schijn is het belangrijkste structurerende watersysteem in het oostelijke deel van het grondgebied van Antwerpen. Vanaf de Schijnpoort legt deze zijrivier van de Schelde nu 17 kilometer af tot de Schelde, terwijl ze daar oorspronkelijk slechts 4 kilometer over deed. Samen met de waterproblemen gerelateerd aan de Schelde heeft de problematiek van de Schijn nu de zwaarste gevolgen voor het Antwerps grondgebied. De verlegging, verlenging en overwelving leidden in de voorbije jaren tot dure wateroverlast in verschillende woonwijken in de regio’s Merksem en Ekeren. Om de 750.000 kubieke meter verontreinigd slib uit de Verlegde Schijn te verwijderen is een investering nodig van 60 miljoen euro. Dergelijk bedrag spenderen we jaarlijks aan de baggerwerken om de Antwerpse haven toegankelijk te houden (ten behoeve van slechts vijf procent van het totale aantal schepen).
Met het invoeren van de watertoets werd van overheidswege een eerste positieve signaal gegeven: watergevoelige gebieden worden voortaan minder vlug en op verstandiger manieren aangesneden voor ontwikkeling. Maar we moeten verder durven gaan en het water opnieuw integreren in het landschap, het een plaats geven waar het dat vraagt.
Opnieuw kunnen we de Schijn als voorbeeld nemen.
De rivier nadert Antwerpen langs het oosten, door het park Rivierenhof, waar ze de natuurlijk meanderende structuur en de relatie met de vallei grotendeels bewaarde. Het park is dan ook de plek bij uitstek om de bevolking te informeren over de belevingswaarde van water in het landschap, om via natuureducatie en zachte recreatie een draagvlak te creëren voor ruimte voor water. De natuurlijke loop kan worden versterkt doordat een brede vallei wordt behouden en op sommige plekken zelfs uitgebreid. De intentie daartoe staat alvast opgenomen in het Antwerpse ruimtelijk structuurplan.
Eens voorbij het park begint de Schijn aan haar problematische omweg naar een monding die zich nu 9 kilometer ten noorden van de oorspronkelijke monding in de Schelde bevindt. Al meer dan tien jaar bepleiten Natuurpunt en de mensen van Natuurreservaten Schijnvallei een afkoppeling van de Grote Schijn en de Schijnoverwelving. Er zijn inderdaad veel goede redenen om de oorspronkelijke korte loop van de Schijn opnieuw in ere te herstellen. Door de Schijnoverwelving vrij te houden van Schijnwater kan deze in Merksem en Ekeren zonder problemen opgevuld worden met het overstortwater bij hevig regenweer. Naast een oplossing voor wateroverlast levert deze ingreep ook een oplossing voor de vismigratie-problematiek, mits gebruik van visvriendelijke pompen. Een visrijke Grote Schijn in een open bedding door de stad heeft ten slotte ook meer potentieel voor de waterkwaliteit en voor de ecologische ontwikkeling van de omgeving, waarbij de belevingswaarde voor de omwonenden zal toenemen. Misschien kunnen ze er zelfs opnieuw in zwemmen.
Om al deze redenen moeten we van de Schijn de eerste ecologisch herstelde rivier van Vlaanderen maken.
Manu Claeys
|